Iedere sport heeft zo zijn eigen woorden schat. Wat petanque aangaat, hebben we in Nederland veel woorden en uitdrukkingen uit het Frans overgenomen.
Hieronder staan een aantal van die woorden.
Mocht u nog wat andere woorden kennen dan die hier zijn genoemd, dan kunt u die naar ons e-mailen.
| Boule | De metalen bal waar petanque mee gespeeld word. |
| Boulodrome | Het speelterein voor de jeu de boulespeler. |
| But | Het kleine houten balletje. Dit woord is in Nederland al sterk ingeburgerd. Onze zuiderburen spreken ook wel van mikballetje. |
| Doublette | Een team dat uit twee spelers bestaat. Elke speler heeft de beschikking over drie boules. |
| Fanny | Embrasser, briaser of Faire Fanny, alle drie uitdrukkingen worden gebruikt, als men een party met 0 - 13 verliest en dus Fanny`s welgevormde billen moet kussen. |
| Méne | (werpronde) De periode vanaf het werpen van het but tot het moment waarop de laatste boule geworpen is, waarna het but weer opnieuw moet worden uitgeworpen. |
| Tête-a- tête | Als er één tegen één wordt gespeeld. Je hebt dan drie boule tot je beschikking. |
| Triplette | Een team dat uit drie spelers bestaat. Elke speler speelt met twee boules. |
| Werpcirkel | De cirkel die men op het terrein trekt en waarin men moet straan wanneer je het butje of de boule wordt gegooid. |


